Prostaatkanker en de testosteronparadox

De meeste mannen krijgen vroeger of later te maken met prostaatkanker. Gelukkig groeit het in veel gevallen zo langzaam dat je er nooit last van krijgt, dat scheelt.  Voor een ziekte die zo vaak voorkomt weten we verbluffend weinig over de oorzaken. Wat we wèl weten is dat mannen onder de 45 eigenlijk nooit prostaatkanker hebben, en hoe ouder een man wordt hoe groter de kans is dat hij het wel heeft. In 1941 was er een wetenschapper, Huggins, die rijkelijk beloond werd met de Nobelprijs. Zijn theorie was prostaatkanker door androgene hormonen zoals testosteron werd veroorzaakt. In die tijden was dat baanbrekend onderzoek.  Om zijn theorie te testen verrichtte hij chemische castratie bij een patiënt met prostaatkanker.

Hij verrichtte vervolgens chemische castratie door enorme dosissen oestrogeen aan één (!) patiënt voor te schrijven, waarbij de prostaatkanker iets kromp. Dit vormde de basis voor de medische behandeling van prostaatkankers met oestrogeentherapie.

Op basis hiervan is de theorie ontstaan dat testosteron een hoofdrol in prostaatkanker heeft.

De testosteronparadox

Als je de literatuur en de voedingswereld een beetje volgt merk je al snel dat er een groot aantal paradoxen is. Deze ‘paradoxen’ zijn onverklaarbare waarnemingen op basis van ‘traditionele wijsheid’. Dat de Fransen heel weinig last van hart en vaat ziekten hebben, maar toch veel verzadigd vet eten wordt de French Paradox genoemd (hint: verzadigd vet is geen veroorzaker van hart-en-vaat-ziekten). De Spanish Paradox 6. is het onverklaarbare fenomeen dat bepaalde Spanjaarden hun brood, suiker en olijfolie voor vlees en boter hebben verruild, zonder meer hart-en-vaat-ziekten. De Calcium paradox is het feit dat bepaalde mensen veel calcium eten, en toch zwakke botten hebben, en al het calcium in de bloedvaten en weefsels terecht komt (hint: calcium komt niet op de goede plekken terecht zonder de juiste cofactoren en vitamines als A,D en K2). De Statinator Paradox is de paradox dat hoewel statines het cholesterol bewezen enorm verlagen, de totale mortaliteit niet lager wordt (cholesterol is niet oorzakelijk een promotor van hart en vaat ziekte, maar een gevolg van een ongezonde leefstijl en heeft bovendien ook veel positieve effecten).

Gelukkig is er nog een paradox bij, de Testosteron Paradox. Ik was dan ook zeer verbaasd, verbijsterd, en ietwat treurig, toen ik dit 1. artikel las. In deze populair ‘wetenschappelijke’ omschrijving wordt gesproken alsof de kennis van 1940 de meest recente is. De paradox is als volgt: patiënten die chemisch gecastreerd zijn (en dus niet of nauwelijks nog testosteron hebben) hebben een kanker die blijft groeien, maar toedienen van hoge dosissen testosteron remt tegen alle verwachting in de groei van de kanker significant! Dat chemische castratie nog toegepast wordt is een misdaad op zich, maar dat artsen en doktoren nog zulke verouderde informatie hebben en hun patiënten zoveel leed berokkenen is schandalig. Het is vanuit de biologie gezien een krankzinnige gedachte.

Hoe ouder, hoe minder testosteron, en hoe méér prostaatkanker

Oudere mannen hebben typisch lage testosteron, en hoge oestrogeen. Vanaf het 40e levensjaar neemt testosteron ongeveer met 1% per jaar af. Intuïtief gezien is het raar als testosteron prostaatkanker veroorzaakt, immers, het gaat om een populatie met lage testosteron (zie ook het onderstaande figuur). Vrouwen hebben lage testosteron, en hoge oestrogeen (en naarmate ze ouder worden minder anti-oestrogeen, progesteron), en hebben naarmate ze ouder worden veel hogere kans op borstkanker. Hoe hebben we dit ooit verzonnen?

testosteronparadox

Onderzoek in het begin

In 1941 publiceerde Charles B. Huggins onderzoek waarin hij testosteron als oorzaak van prostaatkanker beschouwde, en waarmee hij met anti-androgenen therapy (chemische castratie met oestrogeen of diethylstilbestrol  DES) patiënten behandelde. Hij ontving in 1966 de Nobelprijs voor zijn werk. Decennia lang na deze ‘ontdekking’ werd oestrogeen gebruikt als behandelingsmethode voor mannen met prostaatkanker. Onderzoek naar oestrogeenanalogen, estradial, DES en fyto-oestrogenen vond plaats, maar keer op keer faalde het om resultaten op te bouwen.

Tegenwoordig is er veel bewijs in de medische literatuur waaruit blijkt dat niet testosteron, maar oestrogeen een causatieve rol speelt 2. Er is zelfs sprake van een mythe rondom testosteron. Normaal gesproken krijgen ratten geen prostaatkanker, maar in een bepaalde zogenaamde Noble ratten is het wel op te wekken. De toediening van estradiol of DES zorgt betrouwbaar voor prostaatkankerformatie. Ratten die een combinatie van oestrogeen en testosteron kregen in een studie hadden 100% last van prostaatkanker, enkel toediening van testosteron zorgde voor 40% kanker, en het alleen toedienen van dihydrotestosteron (wat niet omgezet kan worden naar oestrogeen) maar in 4%. Testosteron zou dus indirect kunnen bijdragen aan prostaatkanker, door de conversie naar oestrogeen. Oestrogeen is genotoxisch en ontstekingsbevorderend 5.

Conclusie

Prostaatkanker wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door problemen met oestrogeen. Hoewel testosteron mogelijk een rol kan spelen in prostaatkanker door de conversie naar oestrogeen in het lichaam, is dit slechts een klein stuk van het probleem. Oudere mannen hebben lage T-niveaus en veel oestrogeen. Prostaatkanker behandeling zou zich moeten richten op anti-oestrogene strategieën. Verhogen van schildklier (dit vermindert de omzetting van T naar oestrogeen), vitamine A, seleen en andere mineralen kunnen mogelijk helpen. Ik verklaar bij dezen de ‘testosteron paradox’ een myth. Chemische castratie helpt niet of nauwelijks en vermindert de kwaliteit van leven.

  1. http://news.sciencemag.org/health/2015/01/cancer-paradox-testosterone-injections-combat-lethal-prostate-tumors
  2. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3134227/#R3
  3. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Morgentaler+A.+Testosterone+and+Prostate+Cancer%3A+An+Historical+Perspective+on+a+Modern+Myth.+European+Urology+2006%3B50%3A+935%E2%80%9339.+PMID%3A+16875775
  4. 89. Hajek RA, Pathak S, Boddie AK, Jones LA. Aneuploidy of mouse cervicovaginal epithelium induced by perinatal estrogen treatment. Proc Am Assoc Cancer Res. 1989;30:299.
  5. http://ajcn.nutrition.org/content/61/6/1351S.abstract

Verder aanbevolen: het werk van Ray Peat (www.raypeat.com)

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s